Ga naar inhoud

Leren in de steigers

Zo bouwt een technisch bedrijf aan een sterke leercultuur.

De ervaren monteur weet precies hoe het moet. De nieuwe medewerker vraagt hem alles. De productieleider springt voortdurend bij. En als het echt misgaat, komt het probleem uiteindelijk weer op het bureau van de directeur terecht.

Dat zie ik vaak in technische bedrijven.

Veel vakkennis zit in de hoofden en handen van een paar ervaren mensen. Dat werkt zolang iedereen er is en de druk beheersbaar blijft. Maar bij groei, uitstroom of pensionering ontstaat kwetsbaarheid.

Voor mij gaat een sterke leercultuur daarom niet alleen over medewerkers ontwikkelen.

Het gaat over continuïteit. Over vakmanschap borgen. Over nieuwe mensen sneller zelfstandig maken. En over een organisatie bouwen die minder afhankelijk is van een paar sleutelfiguren.
Medewerkers werken samen op een steiger als metafoor voor leren en ontwikkelen

Drie bouwstenen voor leren op de werkvloer

Een sterke leercultuur helpt om vakkennis te borgen, medewerkers sneller zelfstandig te maken en de organisatie minder afhankelijk te maken van een paar ervaren mensen. Voor mij vraagt dat om meer dan opleidingen of trainingen. Leren moet onderdeel zijn van het dagelijkse werk.

Ik kijk daarbij naar drie dingen:

  • Leiderschap dat een veilige leeromgeving creëert. Medewerkers moeten ruimte krijgen om vragen te stellen, te oefenen en verantwoordelijkheid te nemen.
  • Fouten bespreekbaar maken en ervan leren. Ik vind het belangrijk om niet direct te oordelen, maar eerst te onderzoeken wat er gebeurde en wat de volgende keer anders kan.
  • Een duidelijk plan voor ontwikkeling en kennisborging. Welke kennis is nodig? Waar zitten de kwetsbaarheden? En hoe zorgen we dat medewerkers die kennis opbouwen en doorgeven?

Zo wordt leren geen losse activiteit naast het werk, maar onderdeel van hoe de organisatie iedere dag werkt en zich ontwikkelt.

Waarom leren in de steigers?

De metafoor leren in de steigers ontstond voor mij tijdens een ouderavond op school.

De teamleider vertelde ons dat pubers volop in ontwikkeling zijn. Ze proberen uit, zoeken grenzen op en maken fouten. Dat hoort erbij. Tegelijkertijd hebben ze een stevige basis nodig om op terug te vallen.

Zijn oproep aan ons als ouders was simpel: zorg dat je samen die steiger vormt. Geef ruimte om te ontdekken, maar blijf beschikbaar. Niet alles overnemen, wel houvast bieden wanneer dat nodig is.

Dat beeld bleef bij mij hangen.

Want in organisaties werkt leren eigenlijk net zo. Medewerkers groeien niet door alles voorgedaan te krijgen. Ze moeten kunnen proberen, fouten maken, vragen stellen en steeds zelfstandiger worden.

Maar leren zonder houvast werkt ook niet.

Een goede leeromgeving geeft daarom steun én ruimte. Ze biedt veiligheid om te oefenen, maar vraagt ook verantwoordelijkheid en ontwikkeling.

Precies daarom vind ik leren in de steigers zo’n passend beeld voor leren en ontwikkelen in technische bedrijven.

Een steiger geeft houvast. Hij maakt het mogelijk om hoger te komen dan zonder ondersteuning. Maar de steiger neemt het werk niet over.

Degene die leert, moet nog steeds zelf klimmen.

Als een technisch bedrijf echt werk wil maken van leren en ontwikkelen, zijn volgens mij drie dingen cruciaal:

Veiligheid begint bij de leidinggevende. Stimuleer fouten. Heb een plan.

1. Veiligheid begint bij de leidinggevende

Illustratie van een leidinggevende die een medewerker ondersteunt tijdens het leren op de werkvloer

Een leidinggevende heeft veel meer invloed op de leercultuur dan hij vaak denkt.

Hoe reageert hij als iemand iets verkeerd doet? Stelt hij vragen of geeft hij direct het antwoord? Neemt hij het werk over zodra het spannend wordt? En hoeveel ruimte krijgt een medewerker om iets eerst zelf te proberen?

Ik kijk daarbij vaak naar twee bewegingen: zorgen en uitdagen.

Wie vooral zorgt, bedoelt dat meestal goed. Maar te veel zorgen maakt medewerkers afhankelijk. De leidinggevende springt bij, lost problemen op en voorkomt daarmee soms dat iemand zelf leert omgaan met lastige situaties.

Alleen uitdagen werkt ook niet.

Als de druk hoog is en fouten vooral worden afgestraft, gaan mensen zichzelf beschermen. Ze stellen minder vragen, nemen minder initiatief en houden ideeën voor zich.

De kunst zit in de combinatie.

Een medewerker moet ervaren: er is ondersteuning als dat nodig is, én er wordt iets van mij verwacht.

Juist daar ontstaat ontwikkeling.

En dat zie je terug in de praktijk. Nieuwe medewerkers worden sneller zelfstandig. Ervaren vakmensen hoeven minder vaak dezelfde vragen te beantwoorden. En leidinggevenden hoeven minder problemen zelf op te lossen.

2. Maak fouten bespreekbaar

Illustratie van drie collega’s die samen een technisch onderdeel onderzoeken

Veel organisaties zeggen dat fouten maken mag.

Totdat het daadwerkelijk misgaat.

Dan gaat de aandacht al snel naar wie het heeft gedaan, waarom iemand beter had moeten opletten of hoe dezelfde fout voortaan voorkomen kan worden.

Daarmee missen organisaties een belangrijke leerkans. Een fout zegt in eerste instantie iets over wat er gebeurde. Niet automatisch iets over de intentie of kwaliteit van degene die de fout maakte. Dat verschil vind ik essentieel.

Als een leidinggevende niet direct oordeelt, ontstaat ruimte om samen te onderzoeken: Wat gebeurde hier precies? Wat hadden we eerder kunnen zien? Welke kennis ontbrak? Welke afspraak was niet duidelijk? Wat doen we de volgende keer anders?

Dat betekent niet dat alles goed is. Afspraken doen ertoe en een medewerker mag worden aangesproken op zijn verantwoordelijkheid.

Maar leren begint voor mij met nieuwsgierigheid vóór het oordeel. Neem een jonge monteur die een onderdeel verkeerd monteert.

De ervaren voorman kan het snel herstellen en daarna weer door. Dat lijkt efficiënt.

Maar hij kan ook vijf minuten nemen om samen te bekijken wat er gebeurde, hoe de monteur de fout eerder had kunnen herkennen en wat hij de volgende keer anders kan doen.

De eerste aanpak lost het probleem op.

De tweede bouwt vakmanschap op.

3. Heb een plan

Illustratie van medewerkers die een technisch plan en de ontwikkelrichting bespreken

Een veilige leeromgeving alleen is niet genoeg. Leren vraagt ook om richting. Daarom is het verstandig om niet eerst te kijken naar welke opleidingen ingekocht kunnen worden. De eerste vraag is wat de organisatie in de komende jaren nodig heeft.

Welke kennis en vaardigheden zijn straks nodig? Waar zitten nu kwetsbare plekken? Welke medewerkers beschikken over cruciale vakkennis? Wat gebeurt er als zij uitvallen of vertrekken? En wie kan anderen opleiden?

Opleiden is namelijk geen doel op zich.

Het moet bijdragen aan waar de organisatie naartoe wil. Dat begint bijvoorbeeld al bij onboarding. Een nieuwe medewerker alleen een werkplek, een telefoon en een ervaren collega geven is nog geen opleidingsprogramma.

Het helpt om bewust na te denken over wat iemand in de eerste weken en maanden moet leren. Maak zichtbaar wie leermeesters zijn. Leg cruciale werkwijzen vast. Organiseer momenten waarop medewerkers elkaar iets voordoen en laat nieuwe medewerkers stap voor stap zelfstandiger werken.

Juist in technische organisaties zit enorm veel kennis in de hoofden en handen van ervaren medewerkers. Als daar niets voor wordt georganiseerd, blijft die kennis daar ook zitten.

Leren gebeurt tijdens het werk

Een sterke leercultuur begint dus niet bij een opleidingsbudget of een catalogus met trainingen. Ze begint bij het gedrag van leidinggevenden, bij de manier waarop de organisatie met fouten omgaat en bij een helder plan voor ontwikkeling en kennisborging.

Dat vraagt soms van een directeur of leidinggevende om juist níét direct in te springen. Niet omdat het probleem niet belangrijk is, maar omdat het doel is om een organisatie te bouwen die ook zonder voortdurend ingrijpen goed blijft draaien.


Veiligheid begint bij de leidinggevende. Stimuleer fouten. Organiseer ontwikkelen.

Dat is wat ik bedoel met leren in de steigers.

Dan wordt leren geen extra activiteit naast het werk, maar onderdeel van hoe de organisatie iedere dag werkt.

Meer inspiratie, ervaringen en praktische tips ontvangen?