Grip op kennis en productie
De timmerindustrie kent dezelfde uitdagingen als veel maakbedrijven. Er is te weinig personeel, het werk is te specialistisch en nieuwe mensen hebben te lang nodig om het vak te leren. Tegelijk verdwijnt er de komende jaren veel kennis door pensionering, terwijl er nauwelijks nieuwe vakmensen instromen. Hoe zorg je dat kennis niet verdwijnt, maar juist schaalbaar wordt?
De case
Een samenwerkingsverband van timmerfabrikanten zag mogelijkheden in een ‘digitale fabriek’ maar zag ook in dat kennisdeling en -borging cruciaal is voor een bestendige toekomst
Om een fabriek slimmer te kunnen aansturen, moet eerst zichtbaar zijn hoe het werk wordt uitgevoerd, welke kennis daarvoor nodig is en wie welke vaardigheden beheerst.
Daarom begint digitalisering niet bij software, maar bij de werkvloer.
De vakkennis van medewerkers vormt de basis voor een steeds slimmer en beter voorspelbaar productieproces.
Herkenbaar?
Als je fabriek meer weet dan je systemen
– De kennis van ervaren medewerkers is nergens vastgelegd.
– Nieuwe collega’s zijn lang afhankelijk van ervaren vakmensen.
– Dezelfde fouten komen regelmatig terug.
– Planning gebeurt vooral op aantallen of omzet.
– De capaciteitsvraag kan per product enorm verschillen
– Kantoor heeft beperkt zicht op wat er werkelijk op de werkvloer gebeurt.
– Bij vertrek van een ervaren medewerker verdwijnt ook de kennis.
Dan ontbreekt niet alleen kennisborging, maar ook informatie die nodig is om de fabriek goed te kunnen sturen.
De uitdaging
We willen van impliciete vakkennis naar bruikbare productie-informatie.
Een timmerfabriek produceert geen identieke eenheden. Producten verschillen in uitvoering en complexiteit en vragen daardoor verschillende vaardigheden, bewerkingen en capaciteit.
Toch wordt planning vaak gebaseerd op aantallen of omzet. Tegelijkertijd zit veel informatie over werkmethoden, benodigde vaardigheden en bewerkingstijd alleen in de hoofden van ervaren medewerkers.
Daardoor ontstaat een soort black box: je weet wat erin gaat en wat eruit moet komen, maar hebt onvoldoende zicht op wat er onderweg precies nodig is. De uitdaging is daarom groter dan alleen kennis vastleggen:
Hoe maken we vakkennis zichtbaar en bruikbaar voor opleiden, verbeteren én uiteindelijk slimmer plannen en sturen?
De aanpak
De kern van de aanpak was het werk zichtbaar en deelbaar maken voordat er gedigitaliseerd gaat worden
1. Vastleggen
Medewerkers leggen hun eigen werk vast in eenvoudige, visuele werkinstructies. Foto’s van iedere stap worden aangevuld met de informatie die nodig is om het werk veilig en goed uit te voeren.
Geen standaardhandboek van buitenaf, maar de eigen beste werkwijze als vertrekpunt.
2. Verbinden
De instructies worden gekoppeld aan werkplekken, vaardigheden en medewerkers. Zo ontstaat inzicht in wie wat beheerst en welke kennis nodig is om een bepaalde taak zelfstandig uit te voeren.
Met competentiematrices en leerroutes wordt die informatie direct bruikbaar voor het opleiden van nieuwe collega’s.
3. Verbeteren
Met dagstarts en visueel management komt er een vast ritme waarin afwijkingen, verbeteringen en nieuwe kennis worden besproken.
Werkinstructies zijn daardoor geen statische documenten. Ze ontwikkelen mee met het werk.
Zo ontstaat stap voor stap een basis voor een digitaal systeem waarin kennis over vaardigheden, werkzaamheden en productie met elkaar verbonden worden.
Het resultaat
Kennis is zichtbaar, overdraagbaar en bruikbaar.
Inmiddels zijn meer dan 300 single point lessons ontwikkeld. Nieuwe medewerkers krijgen een structurele leerroute en veiligheidsinstructies zijn onderdeel van het leerproces. Maar belangrijker is wat daarmee ontstaat:
– vakkennis blijft beschikbaar voor de organisatie;
– nieuwe collega’s kunnen systematischer worden ingewerkt;
– vaardigheden van medewerkers worden zichtbaar;
– verbeteringen kunnen direct in de werkwijze worden verwerkt;
– de werkvloer krijgt een actievere rol in standaardiseren en verbeteren.
Daarmee ontstaat niet alleen grip op kennis, maar ook de informatiebasis om steeds slimmer naar capaciteit en productie te kijken.
Wat andere maakbedrijven hiervan kunnen leren
Vakkennis vastleggen is iets anders dan vakmanschap reduceren tot een procedure. Niet alles wat een ervaren vakman weet, past in een werkinstructie. Dat hoeft ook niet.
Maar een groot deel van de dagelijkse kennis over werkvolgorde, kwaliteit, veiligheid en veelvoorkomende fouten is wel degelijk overdraagbaar te maken.
Als medewerkers daar zelf eigenaar van zijn, ontstaat een levende standaard die met het werk meegroeit. En zodra die kennis digitaal beschikbaar is, kun je haar niet alleen gebruiken om mensen op te leiden, maar ook om processen beter te begrijpen en te verbeteren.
Hoeveel cruciale productiekennis zit bij jullie nog alleen in hoofden?
Met KenniS3 maken we vakkennis zichtbaar en overdraagbaar, zodat medewerkers sneller leren en je organisatie minder afhankelijk wordt van individuele vakmensen.